Zwangerschapsverlof

In Nederland heeft een zwangere werkneemster wettelijk recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof van minstens 16 weken. Dit kan zij opnemen vanaf 6 weken voor de uitgerekende datum. De werkneemster mag in principe niet worden ontslagen tijdens en vlak na het verlof.

Er is al een paar jaar binnen Europa discussie over de duur én betaling van zwangerschaps- en bevallingsverlof. De Europese Commissie wil de EU-zwangerschapsrichtlijn namelijk op een aantal punten aanpassen. Zo wil ze onder meer het zwangerschaps- en bevallingsverlof verlengen naar 18 weken. Het Europees Parlement is echter voorstander van een volledig betaald verlof van 20 weken. Volgens de Raad van ministers is dit onaanvaardbaar. Ook Nederland staat vooralsnog negatief tegenover het voorstel.  

Over de regeling wordt al lange tijd gediscussieerd. In 2009 werd een stemming uitgesteld omdat er te veel verdeeldheid bestond. Een gevoelig punt in de discussie is of zelfstandigen gedwongen moeten worden om mee te betalen aan dit soort sociale voorzieningen.

Voorstanders

Voorstanders vinden dat de oprekking van het minimum aantal weken ouderschapsverlof bijdraagt aan de maatschappelijke participatie van vrouwen. Zij zeggen dat de kans dat vrouwen blijven werken na een bevalling groter is als ze meer tijd krijgen om bij te komen. Ook zou er bij pas bevallen vrouwen sprake zijn van verborgen ziekteverzuim en nemen vrouwen extra vrije dagen op omdat ze zich nog niet fit genoeg voelen om te werken.

Tegenstanders vinden het ongepast om in tijden van economische crisis dit soort regels door te voeren. Zwangerschapsverlof kost geld. Terwijl mensen niet werken, krijgen ze wel betaald. Ook vinden tegenstanders de kwestie een typisch nationale aangelegenheid. Groot-Brittannië is bijvoorbeeld bang dat dit soort Europese regelgeving het evenwicht tussen werkgevers en werknemers verstoord.

Donner

Het Nederlandse parlement was eerder niet enthousiast over het voorstel. Voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Piet Hein Donner heeft in april 2010 in opdracht van de Tweede Kamer een onderzoek laten uitvoeren. Daar kwam uit dat een langer zwangerschapsverlof zich niet zou terugverdienen. 

Donner dacht niet dat meer vrouwen aan het werk zouden gaan door ruimer zwangerschapsverlof. Na de geboorte van het eerste kind stopt 'slechts 10 procent' van de Nederlandse vrouwen met werken. 
Volgens het onderzoek kost twee weken langer verlof de Nederlandse staat 117 miljoen euro extra en bij vier weken 322 miljoen euro.

Ons standpunt

Wij zijn van mening dat de ene vrouw de andere niet is. Sommige vrouwen hebben meer tijd nodig omdat de zwangerschap en of bevalling zwaar waren. Vrouwen die bevallen van een meerling zouden eventueel ook meer ruimte of tijd nodig hebben om het een en ander op de rit te krijgen. Andere vrouwen klimmen tegen het plafond na zes weken en kunnen niet wachten om weer aan het werk te mogen. Wij zijn van mening dat beide situaties een oplossing vragen die samen met de werkgever gevonden moet worden. 

Idealiter gaan beide werkgevers met de ouders voor de bevalling al in gesprek over hoe werk en gezin verdeeld kunnen worden en hoe alle partijen daaraan bij kunnen dragen en optimaal van kunnen profiteren. Voor werkgevers is het namelijk van net zo groot belang goede en gelukkige werknemers te hebben en de kennis en kunde van betrokken werknemers te behouden. 

terug